
Een coalitieakkoord zonder beheersing is geen plan, maar een risico
Na iedere gemeenteraadsverkiezing gaat de meeste aandacht uit naar het nieuwe coalitieakkoord. Terecht. Hierin worden de ambities voor de komende vier jaar vastgelegd: meer woningen, betere jeugdzorg, versnelling van de energietransitie, een veiligere leefomgeving of structureel gezonde financiën. Vervolgens vertaalt de gemeentelijke organisatie deze ambities naar een uitvoeringsprogramma.
Maar één vraag blijft vaak onbeantwoord: welke nieuwe risico’s accepteert de gemeente om deze ambities waar te maken?
Dat is opmerkelijk. Want een coalitieakkoord is niet alleen een politiek document, maar ook een nieuw risicoprofiel. Misschien nog wel belangrijker: het zegt iets over de risicobereidheid van het nieuwe bestuur. Wie kiest voor versnelling, innovatie of grote maatschappelijke investeringen, kiest tegelijkertijd voor andere en vaak grotere risico’s.
Toch zien we dat veel gemeenten hun, risicobeeld, beheersmaatregelen en Planning & Control-cyclus nauwelijks aanpassen aan deze nieuwe werkelijkheid. Het coalitieakkoord bepaalt de koers van de organisatie, maar zelden de inrichting van de interne beheersing van de organisatie. Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie: d De koers verandert, maar de beheersing blijft vaak hetzelfde.
Juist hier ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor concerncontrollers. Niet om politieke keuzes ter discussie te stellen, maar om zichtbaar te maken welke risico’s voortkomen uit die keuzes en welke beheersmaatregelen nodig zijn om de ambities daadwerkelijk te realiseren.
Eigenlijk zou iedere bestuurlijke ambitie automatisch drie vragen moeten oproepen. Welk nieuw risico ontstaat? Welke beheersmaatregel is nodig? En hoe monitoren we of die maatregel werkt?
Meer woningbouw vraagt om stevige projectbeheersing en voldoende uitvoeringscapaciteit. Intensievere samenwerking vraagt om duidelijke governance-afspraken en contractmanagement. Grote investeringen vragen om scherpere financiële sturing. Dat leidt wat ons betreft tot een eenvoudige bestuursregel: iedere bestuurlijke ambitie vraagt om een beheersmaatregel.
Een uitvoeringsprogramma beschrijft wat een gemeente gaat doen. De inrichting van de interne beheersing beschrijft hoe de gemeente grip houdt op het realiseren van die ambities. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Niet als extra administratieve stap, maar als een logisch onderdeel van goed bestuur. Want zonder inzicht in de beheersing blijven ambities vooral goede bedoelingen.
Misschien is het tijd voor een nieuwe gewoonte binnen gemeenten. Niet alleen een bestuurlijke bespreking van het coalitieakkoord, maar ook een expliciete vertaling van ambities naar risico’s én beheersmaatregelen. Niet om bestuurders af te remmen, maar juist om hun ambities uitvoerbaar te maken.
Een coalitieakkoord zonder beheersing is uiteindelijk geen plan, maar een verzameling goede bedoelingen. Goed bestuur vraagt niet alleen om ambitie, maar ook om grip op de risico’s die daarbij horen. Iedere bestuurlijke ambitie vraagt daarom om een passende beheersmaatregel. Pas dan kan een gemeente met recht zeggen dat zij aantoonbaar In Control is.